fbpx

Kunst D.V.

(Neo)calvinistische perspectieven op esthetica, kunstgeschiedenis en kunsttheologie

Marleen Hengelaar-Rookmaaker, Roger D. Henderson

Imprint:

Marleen Hengelaar-Rookmaaker, Roger D. Henderson

Categorie:
Cultuur en geschiedenis, Nieuw Motief, Recente titels

Extra

Paginaʽs: 374

ISBN: 9789463690706

Kunst maakt deel uit van Gods goede schepping. Schepping, zondeval en verlossing raken alle terreinen van het leven, ook het culturele leven. Dit maakt kunst, kunst­geschiedenis en esthetica tot belangrijke aandachtsgebieden. Lange tijd vormde het christelijk geloof een vruchtbare bedding voor allerlei vor­men van creativiteit. Welke rol hebben het calvinisme en neocalvinisme hierin gespeeld? Wat hadden en hebben zij gelovigen op dit punt te bieden? Welke eigen accenten leggen zij? Wat is volgens hen ‘kunst D.V.’, kunst Deo Volente, kunst naar Gods wil? Dit boek laat zien dat de calvinistische traditie op eigen wijze bijdroeg aan de kunst en de reflectie daarop. De bundel start bij Calvijn en de door hem geïnspireerde kunst. Het meeste licht valt op het neocalvinisme, te beginnen bij Abraham Kuyper, die de kunst een warm hart toedroeg. Vervolgens komen toonaangevende kunsthistorici en esthetici van neocal­vinistische signatuur aan het woord. Ook de opleving van de recente kunsttheologie wordt niet vergeten, die na langdurige verwaarlozing bruist van nieuw elan.  

 29,90

2020

NUR: 651

Paperback

Leesfragment

Recensies

Identiteit & Kwaliteit Website

September 2020

Het boek bestaat uit een aantal bijdragen van verschillende schrijvers onder redactie van Marleen Hengelaar-Rookmaaker (dochter van de bekende prof. Rookmaaker) en Roger. D. Henderson. De schrijvers zijn bijna allemaal werkzaam in Amerika en Engeland.

Deo Volente: ‘zo de Heere wil en wij leven’, een toekomst gerichte term die in de ondertitel onderstreept wordt door ‘perspectieven op’. In dit boek krijgt deze term ook een sterk richtinggevende betekenis. Kunst zoals de Heere wil dat we dit beoefenen als kunstenaar, als kunsthistoricus/criticus, als filosoof en theoloog.

De inhoud is (na de inleiding) verdeeld in vier delen. De eerste -Wortels- gaat in op de oorsprong en geschiedenis van het (Neo)-calvinistisch denken, waarbij Calvijns gedachten over kunst aan bod komen. Abraham Kuypers Neocalvinistisch gedachtengoed speelt in de ontwikkeling van het denken over kunst een belangrijke rol. Er wordt ook ingegaan op de wijze waarop Dooyeweerd kunst , onder de modaliteit esthetica, in zijn filosofie verwerkt. Het tweede deel -Kunstgeschiedenis- spitst zich toe op de benaderingswijzen van kunst. Het derde deel -Esthetica- gaat in op de vraag wat nu het wezen en de werking van kunst is. Tot slot het vierde deel – Kunsttheologie- behandelt de verhouding kunst en theologie.

De veelzijdigheid van het boek maakt het voor ieder die wil denken over kunst van uit christelijk perspectief een belangrijke bron die ook voor de praktijk van het omgaan met kunst relevant is. De bijdrage van Walford over ‘de roeping van de christelijke kunsthistoricus’ is niet alleen voor toekomstige studenten kunstgeschiedenis heel praktisch en verhelderend. Het laat ons zien hoe belangrijk paradigma’s zijn in het benaderen en waarderen van kunst, en ook hoe die premisses in de praktijk van opleidingen werken. Maar het zijn volgens mij vooral de vele vragen die het boek oproept en die door hun richtinggevend karakter de moeite van overdenking waard zijn. Zij kunnen voor de lezer een uitdaging vormen tot gerichte verdere studie en positiebepaling. De literatuurverwijzingen kunnen hierbij een goed startpunt en hulpmiddel zijn. Kortom; wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkeling van het Neocalvinistisch denken op gebied van kunst is dit boek een aanrader.

Confessioneel Credo

juli 2020

In de westerse geschiedenis was het christendom lange tijd de belangrijkste voedingsbodem voor kunst. In een onlangs verschenen bundel behandelen twaalf gerenommeerde auteurs uit binnen- en buitenland allerlei historische, filosofische, theologische en maatschappelijke ontwikkelingen die de bloei daarvan in de recente eeuwen hebben bevorderd of tegengewerkt. Ze richten de aandacht vooral op het calvinisme en het neocalvinisme, de beweging waarvan Abraham Kuyper de initiator was.
Het eerste deel (‘Wortels’) gaat voor de helft over Calvijn. In het eerste artikel staat Marleen Hengelaar-Rookmaaker stil bij zijn visie op de beeldende kunst, waarna zij nagaat hoe die doorgewerkt heeft in de daaropvolgende eeuwen. Het is een boeiende rondleiding langs kunstwerken en kunstenaars van de zestiende eeuw tot nu toe. Was er in de zeventiende eeuw sprake van een overvloedige kunstproductie door calvinisten, dat veranderde in de achttiende en vooral in de negentiende eeuw. Het was de tijd van de Verlichting met haar verzwakkende effect op het geloof, terwijl men in piëtistische kringen helemaal niet veel van kunst moest hebben. Voor de twintigste eeuw moet onder meer gedacht worden aan de ‘aankleding’ van de kerken van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog (denk aan gebrandschilderd glas en liturgisch textiel, bijvoorbeeld). Er raakten trouwens steeds meer niet-gelovige kunstenaars bij de projecten betrokken. Vanaf de jaren ’60 was het werk van orthodox-protestantse kunstenaars bijna altijd figuratief: landschappen, portretten, stillevens en kerkinterieurs (denk in het bijzonder aan Henk Helmantel). Het was figuratieve kunst in een tijd waarin abstracte kunst dominant was. Deze christelijke kunstenaars maakten werk dat aansloot bij de zichtbare werkelijkheid van de schepping, in de geest van Calvijn en Kuyper. De laatstgenoemde sprak wel over het cultuurmandaat. Vandaag de dag bestaan er vele stijlen. Hedendaagse kunst omvat installaties, performance, multimediale kunst, fotografie, videokunst en computerkunst, naast de oude vormen van schilderijen en sculpturen. - Tot zover over het eerste artikel. Het is een goede inleiding op het hele boek.
Adrienne Dengerink Chaplin geeft in het tweede artikel antwoord op de vraag of Calvijn werkelijk een negatieve kijk op de kunst had. Of was zijn waarschuwing tegen beelden gemotiveerd door de gevaren van verleiding tot bijgeloof en van een ontspoorde Godsverering? Ze gaat ook in op Calvijns invloed op latere generaties.
Onder het motto ‘Wortels’ komt ook Kuyper ter sprake, in het derde artikel, van de hand van Roger D. Henderson. De neocalvinistische voorman zag kunst vooral als een scheppingsgave, die tot verheerlijking van God en tot vreugde van de mensen diende. Kuyper was – wat je misschien niet zou denken – voorstander van nieuwe muurschilderingen en gebrandschilderde ramen in kerken.
Het eerste deel wordt afgesloten met een artikel over de esthetica van Herman Dooyeweerd, eveneens van de hand van Henderson.
Het voert te ver om de artikelen uit de andere rubrieken (‘Kunstgeschiedenis’, ‘Esthetica’ en ‘Kunsttheologie’) samen te vatten. Ik noem alleen de bijdrage van Wessel Stoker over de kunsttheologie van onder anderen Gerardus van der Leeuw (1890-1950), die veel invloed in de Nederlandse Hervormde Kerk heeft gehad. Met zijn fenomenologische beschrijving van kunst van andere, niet-westerse religies was hij een voorloper van wat thans vergelijkende of interculturele kunstfilosofie of kunstgeschiedenis genoemd wordt. Verder moet gezegd worden dat hij zorgen geuit heeft over het autonome karakter van de kunst van zijn tijd. Die had geen behoefte meer aan godsdienstige thema’s, waardoor religie en kunst tegenover elkaar kwamen te staan. Stoker maakt een kritische kanttekening. Van der Leeuw legde alle nadruk op de menswording van het Woord van God. De Christusgestalte was voor hem centraal. Stoker: ‘Houdt dat in dat figuratieve kunst de voorkeur verdient boven abstracte kunst?’ Hij vindt het opvallend dat Van der Leeuw nauwelijks aandacht voor de religieuze kunst van de avant-garde van zijn eigen tijd had. Overigens, over Van der Leeuw gesproken: de naar hem genoemde stichting, in 1954 opgericht, heeft veel betekend voor de kunst op het protestantse erf.
U begrijpt: Kunst D.V. is een boeiend boek over een thema dat niet altijd veel aandacht gekregen heeft. Toch is het goed om er over na te denken, bijvoorbeeld aan de hand van wat Calvijn en Kuyper erover gezegd hebben. Dat hoeft niet onkritisch te gebeuren. Een vraag die ik als iemand die door dr. O. Noordmans geïnspireerd is, aan Kuyper zou willen stellen, is deze: of zijn uitspraken over scheppingsgave, cultuurmandaat en dergelijke niet te uitbundig zijn. Ook de kunst behoort tot de wereld van de dingen die voorbijgaan. Meer oog voor de tragische kanten van de schepping en de cultuur, ook in de kunst, zou niet verkeerd zijn, lijkt mij. Overigens: goed te verbinden met wat hij over de zonde gezegd heeft.

Recensies
Kunst D.V. is a handsome, hefty volume (374 pages) in the Dutch language. After a succinct introduction there are four sections. The editors and Adrienne Dengerink Chaplin explicate the roots of the Cavinian faith-thought tradition toward the arts found in Jean Calvin, Abraham Kuyper and Dooyeweerd. Then Hans Rookmaaker, E. John Walford and James Romaine exemplify how art history can be done in a perspective sensitive to a Christian world-and-life vision. Calvin Seerveld, Nicholas Wolterstorff, Lambert Zuidervaart and Adrienne Dengerink Chaplin show how their communal focus on aesthetic theory can contribute to understanding imaginative and artistic realities. Finally the "theology of art" tack is introduced by Wessel Stoker, William Edgar and Victoria Emily Jones. The many colour reproductions are of excellent quality, the notes are substantial, and various of the authors take issue with the characteristic ideas of the other writers for a lively, open-ended, up to date introduction to the important contribution made by thinkers regarding art and aesthetics in the line of Reformational Christian philosophical reflection. No translators are noted.
-Prof. dr. C.G. Seerveld, Institute for Christian Studies, Toronto

 

0

Your Cart